Een samenleving waarin iedereen gelijke kansen heeft om zichzelf te ontplooien en waar iedereen de verantwoordelijkheid heeft om die kansen te nemen.
Dat is wat socialisten al altijd gewild hebben. Het is ook een werk dat nooit af is. Want nieuwe tijden brengen nieuwe uitdagingen mee. En nieuwe uitdagingen creëren nieuwe ongelijkheden.
Hier ontdek je wat sp.a anders dan de anderen maakt.

Een beginselverklaring rond gelijke kansen

Het socialisme is geboren uit verontwaardiging over ongelijkheid en onrechtvaardigheid. Dat is de motor van de beweging, met als doel een samenleving waarin iedereen gelijke kansen krijgt om zichzelf waar te maken. Dat is uniek. Geen enkele andere beweging maakt hiervan het centrale thema en geen enkele partij kan dat doen zonder zichzelf te verloochenen.

‘Gelijke kansen’ is niet hetzelfde als ‘gelijke rechten’. Integendeel. In ongelijke situaties leidt 'gelijke rechten' zelfs tot discriminatie. Als een laaggeschoolde slechts evenveel voorbereiding of begeleiding krijgt om een job te vinden als een hooggeschoolde, krijgt hij geen gelijke kans. Socialisten willen de samenleving zo organiseren dat elk individu maximaal en echt de kans heeft om keuzes te maken. Of anders gezegd: gelijke vrijheid voor iedereen.

'Gelijke kansen' is meer dan 'gelijke startkansen'. Iedereen moet bij aanvang de nodige bagage meekrijgen, anders mist hij de start. Dat klopt. Maar ook daarna moet voortdurend élke vorm van discriminatie bestreden worden. Uiteraard hebben we het hier over de discriminatie op basis van de ‘gekende’ ongelijkheden: afkomst, geloof, geslacht, geaardheid, handicap of huidskleur. We moeten echter ook de discriminatie wegwerken die het gevolg is van minder talent, financiële beperkingen, ongelijke economische macht of van tegenslag.

Het creëren van maximale kansen is nodig opdat iedereen zichzelf zou kunnen waarmaken. Wie echter de kans krijgt om zijn levensweg te bepalen, heeft de verantwoordelijkheid om die kansen te grijpen. sp.a gaat er dus niet van uit dat er alleen rechten zijn en geen plichten. Maar het is pas sociaal aanvaardbaar om over plichten te spreken, als rechtvaardige rechten gewaarborgd zijn. Wij mogen, als beweging die zo sterk voor rechtvaardige rechten ijvert, meer dan welke andere beweging ook plichten opleggen.

Je vindt onze beginselverklaring en de thematische achtergrondteksten hier.

Het doel en de middelen

De vernieuwing van onze partij is een permanente uitdaging. We moeten voortdurend met zoveel mogelijk mensen in debat durven treden over de belangrijke thema's van vandaag. Die openheid en vernieuwing benadrukken vooral de grondigheid waarmee we tewerk willen gaan. Toch mag dit geen breuk met het verleden zijn. Onze basiswaarden zijn gekend. De strijd voor meer sociale rechtvaardigheid is altijd de drijfveer van socialisten geweest. We willen wel de invulling van onze basiswaarden actualiseren. De invoering van de achturendag is achterhaald want gerealiseerd. De moeilijke combinatie van een stresserende job met een gezinsleven vraagt vandaag om andere oplossingen. Onze waarden blijven dus dezelfde, onze concrete doelstellingen worden gemoderniseerd.

De realisatie van die hedendaagse doelstellingen moet primeren op de middelen. We hebben doelstellingen en middelen in het verleden al te vaak verward. Voor socialisten was vroeger de overheid een middel om het doel, grotere sociale gelijkheid, te bereiken. Later is de overheid te veel een doel op zich geworden. Als bepaalde middelen, die we vroeger aangewend hebben, nu niet meer bijdragen tot het verminderen van sociale ongelijkheid, moeten we ze durven herdenken of zelfs in vraag stellen.

We hebben niet langer het naïeve geloof in een overheid die automatisch tot een betere samenleving zou leiden. De overheid is een middel en geen doel op zich.

De vrije markt is niet zaligmakend

Dat geldt evenzeer voor de private sector. Terwijl anderen blind geloven dat de vrije markt automatisch alle problemen regelt en haar tot een dogma verheffen, wordt alsmaar duidelijker dat privatisering en liberalisering niet zaligmakend zijn.

De tegenstelling tussen superefficiënte private bedrijven en superbureaucratische overheidsbedrijven is een karikatuur van de werkelijkheid. De recente ervaring leert dat private bedrijven soms slecht beheerd worden en ook op een superefficiënte manier over kop kunnen gaan. De winsthonger heeft vaak ziekelijke proporties aangenomen. De dictatuur van de beurs verplicht tot massale ontslagen of verleidt tot ongekende fraude.

De privatisering van de spoorwegen in het Verenigd Koninkrijk heeft geleid tot een catastrofe. Niet alleen het comfort van de reiziger gaat erop achteruit, ook zijn veiligheid kan niet meer verzekerd worden.

De vrije markt kan zelfs vernieuwing tegenwerken. De industrielanden moeten meer en meer op hernieuwbare en schone energie omschakelen. Dat is een zaak van maatschappelijk levensbehoud. Toch houdt de vrije markt de plaatsing van windmolens tegen. Ze wil die enkel plaatsen waar dat vanuit economisch oogpunt het meest lucratief is. De gemeenschap moet daarom bepalen waar er windmolens komen. Die gemeenschap moet er ook voor zorgen dat windmolens onder dezelfde voorwaarden elektriciteit kunnen leveren als de klassieke energiebronnen. Als windmolens in zee geplaatst worden, moet de gemeenschap de kabel betalen tot aan de aansluiting op het gewone net. Daarom beperken we de vrije markt en versterken we de ontwikkeling van een duurzame economie. Zo hoeft schone energie voor de consument niet duurder te worden dan de klassieke, minder duurzame energie.

Socialisten willen een overheid in dienst van de mensen. De privé-banken hebben de voorbije jaren hun dienstverlening drastisch teruggeschroefd. Een gewone klant moet zichzelf bedienen aan de bankautomaten en kan in de kantoren nog nauwelijks op bediening rekenen. Enkel de beleggers of belangrijke klanten worden nog persoonlijk door een bankbediende ontvangen. Precies deze evolutie willen we in De Post tegengaan. De Post mag geen kil, louter op economische efficiëntie gericht bedrijf worden. De postbode speelt een zeer positieve rol in de uitbouw van sociale contacten. Als hij of zij daar de tijd voor krijgt. Een postbode die bejaarden uit hun eenzaamheid helpt is een dure maatschappelijk werker waard. De Post moet goed geleid worden om de concurrentie met de privé en het buitenland te kunnen aangaan. Maar de gemeenschap moet bereid zijn voor de sociale extra's die zij kan bieden, ook extra geld op tafel te leggen.

Als de vrije markt niet leidt tot gelijke kansen - wat ze niet doet - moeten we haar inperken of bijsturen. We moeten de werking van de vrije markt dus voortdurend in vraag durven stellen. Voor ons telt een degelijke dienstverlening voor iedereen. Die verantwoordelijkheid moet de overheid opnemen.

De gemeenschap voorziet in kwaliteit

Gemeenschapsvoorzieningen moeten instaan voor de kwaliteit van publieke goederen, en voor goederen die privé kunnen aangeboden worden, maar waar de markt onmogelijk gelijke kansen kan bieden.

Een zuiver publiek goed heeft de volgende eigenschap: het genot ervan kan niet beperkt worden tot één enkele consument, het voordeel is niet 'opdeelbaar', en dus kan niemand ervan uitgesloten worden. Bij private goederen is dat anders. Een veilige schoolomgeving is een publiek goed, want alle kinderen genieten ervan. Zelfs met heel ingenieuze trucs zou je het voordeel ervan niet kunnen beperken tot, bijvoorbeeld, kinderen van ouders die een 'veiligheidsbijdrage' betalen aan de gemeente. Een auto is een privaat goed, want hij kan verkocht worden aan één enkele consument; maar verkeersveiligheid is er voor iedereen of voor niemand. Schone lucht en zuiver water zijn ook publieke goederen. Persoonlijke bescherming tegen geweld is tot op zekere hoogte privaat organiseerbaar voor wie veel geld heeft; maar 'veiligheid' is bij uitstek een publiek goed.

Sommige goederen kan je privaat aanbieden, maar toch doen we het via gemeenschapsvoorzieningen. Onderwijs kan als een privaat goed aangeboden worden. Maar gelijkheid van kansen eist dat iedereen toegang heeft tot goede scholen. Gezondheidszorg en een onbezorgde oude dag kunnen in theorie aangeboden worden als private goederen: een individu kan voor zichzelf een verzekering afsluiten. Maar de markt werkt slecht voor zulke producten; en als ze al werkt, leidt ze tot onaanvaardbare ongelijkheid. Hetzelfde geldt voor mobiliteit: iedereen kans geven op mobiliteit lukt slechts als mobiliteit als publiek goed wordt opgevat.