Leden van socialistische partij staan in midden van samenleving

02/12/2008 - Uit een onderzoek van de UG bij 1000 leden blijkt dat de doorsnee sp.a-er niet zoveel verschilt van de doorsnee Vlaming. Al zijn ze gemiddeld iets ouder. Hun aandacht gaat vooral naar sociale thema’s.

De voorbije jaren kende het ledenaantal van de meeste traditionele partijen een dalende trend. Dat is ook zo bij sp.a. Toch blijven de Vlaamse socialisten met meer dan 55.000 leden een ledenbeweging. Daarom vroeg sp.a-voorzitter Caroline Gennez aan de UG om het profiel van onze leden beter in kaart te brengen.

Het onderzoek werd uitgevoerd op basis van een uitgebreide vragenlijst. 150 getrainde enquêteurs gingen er mee op pad bij een representatieve steekproef van 1000 leden. De resultaten van die bevraging zijn inmiddels bekend. Een uitgebreide samenvatting ervan vindt u als bijlage. Al willen we u de volgende bevindingen niet onthouden.

Zo zijn sp.a-leden gemiddeld ouder. De gemiddelde leeftijd ligt op 55 jaar. Voor de rest verschilt het doorsnee socialistisch lid niet zo gek veel van de doorsnee Vlaming. Vanzelfsprekend situeert hij of zij zich aan de linkerzijde van het politieke spectrum, maar de meerderheid van de leden ziet zichzelf als centrum-links. De leden van sp.a zijn uitgesproken ethisch-progressief. sp.a telt 40 procent gelovigen. Een grote minderheid van de leden kijkt met zekere argwaan naar de multiculturele samenleving, maar die argwaan gaat samen met de leeftijd. Hoe jonger de leden, hoe minder etnocentrisch. Bij de oudere leeftijdscategorieën zie je een tweedeling van een even grote groep die etnocentrisch is als diegene die het overtuigd niet zijn.

Bovenaan de politieke agenda zetten ze werkgelegenheid, pensioenen en gezondheidszorg. Ze willen niet weten van een sociaal profitariaat op kap van de sociale zekerheid en pleiten voor een kordate opvolging van werklozen. Over Vlaamse en Europese thema’s lopen hun denkpatronen gelijk met de Vlaming.

De klassieke banden met het ABVV en de socialistische mutualiteit zijn nog steeds aanwezig, maar de jongere leden kiezen ook voor de christelijke mutualiteit of vakbond. Opvallend is dat de syndicalisatiegraad bij de leden met 62 procent nauwelijks hoger ligt dan het Vlaamse gemiddelde. De leden hechten nog belang aan de traditionele waarden die gepaard gaan met het lidmaatschap, zoals inspraak, maar beseffen voldoende dat ze verder moeten kijken dan het klassieke middenveld.



Download PDF-document 1